Zoeken
  • brievenlievens

Beste heer Weyts

Het lijkt pretentieus om mijn stem te willen toevoegen aan een debat waarin al zoveel geroepen wordt. Als leerkracht en leerlingbegeleider in het vijfde en zesde middelbaar is het echter mijn plicht om te signaleren dat er iets cruciaals over het hoofd wordt gezien in de discussie over leerachterstand. Waarom heeft niemand het over leefachterstand?


Wij, leerkrachten, zijn de eerste hulplijn, mijnheer de minister. In de derde graad van het secundair onderwijs zagen wij de voorbije maanden een enorme toename van leerlingen die hulpkreten uitsturen. Wij zien sommige leerlingen vermageren. Van anderen valt het ons op dat ze alleen nog lange mouwen dragen, zelfs tijdens de sportles. Mensen die met jongeren werken, weten waarom. De vingers gaan nog amper de lucht in en er komt steeds meer onverschillig schouderophalen als we hen aanduiden om te antwoorden. En ook al hebben de meeste jongeren vrienden bij wie ze terechtkunnen, ze zien dat die het ook moeilijk hebben en beslissen dan maar om ‘hen er niet mee lastig te vallen’.


Wist u dat er jongeren zijn die tijdens de online les hun camera moeten uitzetten omdat er op de achtergrond gevochten wordt? In huishoudens waar iedereen vroeger gewoon zijn eigen leven leidde, zijn zowel ouders als jongeren nu ten einde raad. Een 16-jarig meisje krijgt voor het eerst klappen van haar vader. Een andere leerling uit haar klas moet sinds september zelf voor zijn avondeten zorgen omdat moeder laveloos in de zetel ligt. En onze school wordt dan nog aanzien als een ‘geprivilegieerde, witte school’. Of dacht u dat dit soort situaties zich slechts uitzonderlijk voordeed?


De psychologische prijs die deze jeugd betaalt, ligt erg hoog. U heeft het over leerachterstand, maar laat mij duidelijk zijn: een jongere die niet goed in z’n vel zit, komt niet eens tot leren. Je mag die nog extra uitleg, bijlessen of zomerschool geven, als er niets aan het welbevinden wordt gedaan, is dit water naar de zee dragen.


Wij hebben geen psychologen in ons leerkrachtenkorps. In onze derde graad is er budget voor wekelijks 3 uur extra leerlingenbegeleiding. U leest dat goed: twee leerkrachten krijgen anderhalf uur. Voor 291 leerlingen. Dat betekent dat wij enkel leerlingen kunnen helpen die zichtbaar aan het wegkwijnen zijn of die de moed hebben gehad om ons aan te spreken. Geloof me, er is véél moed voor nodig om als 17-jarige te komen vertellen dat je in je kamer wordt opgesloten. U begrijpt uiteraard dat zo’n gesprek niet op 10 minuten is afgerond én dat we het niet bij één gesprek laten. Doorverwijzen naar het CLB zegt u? Nadat ze na maandenlang twijfelen de stap hebben gezet om ons hun verhaal te vertellen, hen dat nóg eens laten vertellen aan de onthaalmedewerker van het CLB die hen vervolgens doorverwijst naar een trajectmedewerker waar ze hun verhaal voor de derde keer moeten doen? Wie dat systeem ooit heeft uitgevonden, heeft geen flauw benul van hoe adolescenten in elkaar zitten.


Dus: als u en uw politieke vrienden klaar zijn met poseren voor Rode Neuzen Dag, zou u ons dan alstublieft de middelen willen geven om onze leerlingen de nodige psychologische steun te bieden? Investeer in leerlingenbegeleiding, zodat scholen zelf kunnen inzetten op projecten om leerlingen opnieuw te laten openbloeien. Leerlingen die zich gehoord en begrepen voelen, zullen zich het effect hiervan nog lang herinneren. Dat is óók leren.



Ann-Lien Lievens leerlingbegeleider derde graad leerkracht Nederlands en gedragswetenschappen



80,066 keer bekeken3 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven